Een stukje historie van Schoonrewoerd

Jan van Arkel stichtte het dorpje Schoonrewoerd op de grens van Gelderland en Holland in het jaar 1025. Samen met Kedichem en de buurtschap Oosterwijk behoort Schoonrewoerd tot de gemeente Leerdam. Nabij het dorp ligt de Diefdijk, die al eeuwenlang de polders beschermt tegen overstromingen.

                                                           
 

Zo’n kleine duizend jaar geleden was de streek rond Schoonrewoerd nog niet bewoonbaar, of eigenlijk weer niet bewoonbaar. Al honderden jaren voor Christus moet het op de stroomruggen langs de rivieren voor die tijd een drukte van belang zijn geweest. Maar door de vervening was het gebied rond het jaar 1000 een groot moeras, met daar doorheen de grote zijarmen van de rivier de Rijn: de Lek, de Merwede en niet te vergeten, het nu zo lieflijke riviertje de Linge. Die rivieren hielden het gebied ook onherbergzaam, omdat er geen dijken waren en het land dus een paar maal per jaar onder liep.

De eigenaren in die tijd, de graaf van Holland en het bisdom Utrecht, wilden dit gebied wel rendabel maken, met als achtergrond natuurlijk om er dan beter van te worden. Zij stelden een vijftal goed bekend zijnde heren aan om met de ontginning te beginnen. Deze heren, die trouwens zelf in veel betere gebieden bleven wonen, waren: Van der Leede, Van Arkel, Everdingen, Hagestein en Vianen. Deze namen vinden we thans nog steeds in de streek terug. Ook de naam van de streek, die de Vijfheerenlanden heet, is hiermee verklaard. Deze naam bestaat al sinds 1284. Omdat deze adellijke lieden een ander principe huldigden dan “arbeid adelt” besteedden zij dit werk weer uit aan anderen. Deze konden na het opstellen van enige regels beginnen aan de klus. Men noemde in die tijd zo’n overeenkomst een "cope”. Als je dan weet dat onder de uitvoerende krachten ondermeer de heren Boeie en Heye waren, is de plaatsnaam Hei- en Boeicop verklaard. Dit dorp ligt vlak bij Schoonrewoerd. Deze heren lieten hun huizen bouwen op hoger gelegen droge plaatsen. Het woord “werd of woerd” betekende in die tijd “hoogte”. Dit wetende laat ook de naam “Schoonrewoerd” zich gemakkelijk verklaren.

Van lieverlede trokken meer en meer boeren en werkmensen naar dit gebied. Door betaling van een “ tiend” (een tiende gedeelte) van koren (landbouwopbrengst) en hoorn (vee-opbrengst) kregen zij een stuk land toegewezen. Er ontstonden al snel nederzettingen, waarvan Schoonrewoerd (gezien de naam) kennelijk een van de mooiste was.

De familie Heykoop, eerste eigenaar van onze boomgaard, was al zeer vroeg in deze streek aanwezig. De naam ontstond toen men een overeenkomst, een scope, sloot met de heer Heye om een stuk grond te gaan ontginnen (de e verdween en cope verbasterde tot koop).

Aanvankelijk was het gebied alleen geschikt voor landbouw en gemakkelijk vee. Door de ontwatering echter zakte het veen en werden de klei- en zandplaten, door de rivieren gebracht, meer benutbaar. Nu konden ook de wat moeilijker gewassen, zoals fruit worden geteeld en daarnaast ook ander vee worden gehouden. Het was, zoals men in deze streek zegt, een goedachtige grond. De reden dat zoveel boerenmensen naar deze streek kwamen, is niet moeilijk te raden. In het “nije” land was wat te verdienen. De bodemstructuur van dit gebied was door de eeuwenlange bevloeiing, net als in de verdere Betuwe, erg geschikt voor de fruitteelt, zeker ook omdat er vroeger schoon water door de rivieren stroomde.

Grote stukken grond in de Vijfheerenlanden waren in het bezit van de familie Heykoop. In de loop der jaren is deze grond door vererving meer en meer versnipperd. Het deel van onze boomgaard aan de linkerzijde van de loods, gezien vanaf de Kerkweg, is aan het begin van deze eeuw door vererving in handen gekomen van de ouders van de huidige eigenaren. Tot ca. 1937 is het bouwland geweest. In dat jaar zijn door de familie Heykoop de fruitbomen geplant, waarvan de meeste er nu nog staan. Er is in de loop der tijden natuurlijk wel het een en ander weggekapt. De oudjes staan er nu gemiddeld ruim 70 jaar, de oudste, een Goudreinette is in 1898 geplant.