Bijen in de boomgaard

Al vanaf 1996 hebben wij tijdens de bloei van de fruitbomen enkele bijenkasten in de boomgaard staan en wij zorgen wij er met zijn drieen gezamenlijk voor, dat er voldoende bijen zijn voor een optimale bestuiving.

Bij een bezoek aan de bloemen bewegen bijen zich tussen de meeldraden. Het stuifmeel blijft aan het sterk behaarde lichaam hangen. Opvliegend uit de bloem kammen bijen met hun poten de stuifmeelkorrels  uit de haren. Aan dit stuifmeel wordt wat nectar toegevoegd, waardoor het stuifmeel plakkerig wordt.

Op deze wijze worden er stuifmeelklompjes aan de buitenkant van hun achterpoten gevormd. Tijdens het bloembezoek komt het stuifmeel dat zich tussen de haren van de bijen bevindt in aanraking met de kleverige stempel. Zo wordt de bestuiving tot stand gebracht. Zolang de stuifmeelkorrels in het haarkleed van de bijen zitten, behouden ze hun kiemkracht. De kiemkracht gaat verloren als het stuifmeel tot klompjes aan de achterpoten is verwerkt. Die klompjes worden meegenomen naar de kast en dienen als voedsel (o.a. eiwitten ) voor de jonge bijtjes. Als je  op de vliegplank van een bijenkast kijkt, zie je dat ze  met deze klompjes aan komen vliegen.  

Doordat bijen ‘bloemvast’ zijn, ze vliegen op bloemen van één plantensoort zolang daar voedsel te halen is, zijn ze uitermate geschikt voor de bestuiving van fruitbomen. Nectar wordt door klieren in de bloem van bepaalde planten, maar soms ook door andere delen van de plant, uitgescheiden. Nectar bevat diverse suikers, mineralen en sporenelementen. De nectar van bloemen van verschillende planten heeft een eigen geur, smaak en kleur. Door het overtollige vocht te laten verdampen en bepaalde enzymen toe te voegen, veranderen de bijen de nectar in honing. Deze honing wordt opgeslagen in raten en met een wasdekseltje  verzegeld.

Voor het maken van één potje honing (450 gram) hebben de bijen meer dan twee kilo nectar moeten verzamelen. Daarvoor moesten ze ruim 50.000 keer op en neer vliegen van bloem naar kast en meer dan 750.000 bloemen bezoeken.

De imker neemt de verzegelde honingraten uit het volk, verwijdert met een speciale vork de wasdekseltjes van de cellen, slingert de honing uit de raten met behulp van een honingslinger (dat is een soort centrifuge). Giet de honing door een dubbele zeef en tenslotte in glazen potjes.

Alleen wanneer de bijen in hoofdzaak hun honing van één bepaalde plant hebben verzameld, mag deze honing b.v. fruit-, heide-, koolzaad- of klaverhoning worden genoemd. Anders moet op het etiket bloemen-, voorjaars- of zomerhoning worden vermeld.

De weggenomen, verzegelde honing was bedoeld als wintervoorraad voor het bijenvolk. Daarom wordt elk bijenvolk in het najaar bijgevoerd met ongeveer 12 kilo in water opgeloste suiker.honingraat

 
Honing is een zuiver natuurproduct en zeer gezond. Er zitten suikers in die gemakkelijk in het bloed worden opgenomen; honing is dan ook  lichtverteerbaar en geeft op verantwoorde manier snel weer energie. Naast enkelvoudige suikers bevat honing ook mineralen en een kleine hoeveelheid vitaminen.

Sinds mensenheugenis wordt honing gebruikt als huismiddeltje tegen allerlei kwaaltjes: het kan mensen van allergie afhelpen, het werkt verzachtend voor keel en luchtwegen en vergeet vooral het glaasje warme(vooral niet te hete) melk met honing als slaapmiddeltje niet! Zelfs de oude Egytenaren wisten dit al; zij gaven hun gestorven Farao's als proviand voor hun tocht naar het hiernamaals een portie honing mee. Bij opening van zo'n graf bleek de honing na 4000 jaar nog van uitstekende kwaliteit te zijn.

 

Wij brengen de kasten ieder jaar afhankelijk van het weer in het voorjaar tussen 04 en 28 april naar de boomgaard en halen ze meestal de 1e of 2e week van mei weer op. Over het algemeen ontwikkelen de volken zich goed en halen ze ongeveer 10 kilo fruithoning per kast. Welk effect het bloesembezoek van de bijen op de vruchtzetting heeft is moeilijk meetbaar. Maar van zoemende bijen in een bloeiende hoogstamboomgaard kunnen wij intens genieten. U toch ook?