BEURRÉ CLAIRGEAU

Deze peer is in 1848 door Pierre Clairgeau te Nantes in Frankrijk ontdekt. Dit ras brengt redelijk mooie peren voort, die echter van middelmatige kwaliteit zijn. Het is een bruinrode grote peer, waarvan de steel schuin wegloopt. Het vruchtvlees is wit, grofkor­relig en erg saprijk. De kwaliteit is in het algemeen matig. De gebruikstijd ligt rond november. De be­waarbaarheid is matig tot slecht. De vruchten zijn tot omstreeks begin december houdbaar zonder uitval door buik­ziekte. Ze is een minder goede handpeer.

Ze komt algemeen verspreid voor, maar meer in het zuiden en het westen van ons land dan in het noorden en in Utrecht.

De boom vormt weinig zijtakken. Als de boom onge­moeid wordt gelaten, ontstaat een karakteristieke steile boom. Flink snoeien is noodzakelijk, ook al omdat bij weinig snoeien de vruchtbaarheid achter­blijft. De boom vraagt om beschutting van een wind­scherm, omdat de vruchten makkelijk afwaaien.

Ze is een goede bestuiver voor Beurré Hardy en kan bestoven worden door ondermeer de Clapp's Favouri­te en waarschijnlijk ook de Conference. Ze heeft geen uitgesproken beurtjaren, maar geeft elk jaar een matige opbrengst. Ze is erg vatbaar voor schurft. Door het makkelijk afvallen van de vruchten en de vatbaarheid voor schurft is ze minder populair voor de kweker gewor­den, waardoor het ras in de productieomgeving zo­goed als verdwenen is.
                  clairgeau