GRONINGER KROON

Deze vrucht is omstreeks 1875 gevonden door S.H. Brouwer in Noordbroek in Groningen. Ze is ook be­kend onder de namen ENGELSCHE KROON, ZURE KROON en GRONINGER. De standplaats is niet goed op vrij droge grondsoorten, verder zijn er geen speci­ale eisen. Ze groeit ook goed op vrij lichte en natte gron­den. De groei is matig tot sterk en vormt een kleine piramidale kroon met fijn hout. Ze bloeit vroeg tot middel­vroeg, heeft goed stuifmeel en is behoorlijk goed vorstbe­sten­dig. Ze is zelfbestuivend, maar kan ook bestoven worden door Cox's, Jonathan, Lombarts Calville. De oogsttijd is van eind september tot begin oktober en de bewaartijd loopt tot eind januari. Ze is vroeg dra­gend, ook als hoogstam. Ze heeft beurtja­ren, moet op tijd gedund worden en heeft een matig tot goede opbrengst. De vrucht is middelgroot, de kleur is don­ker geelachtig bruin met een rode dek­kleur en stre­pen. Het vruchtvlees is geelachtig wit, vrij stevig, fris zoetzuur en sappig, ze heeft weinig maar wel smake­lijk aroma. Bevat vrij veel vitamine C. Het is een rede­lijke handappel, maar ook te gebruiken als moes­ap­pel. Ze is vatbaar voor kanker en schurft, heeft snel last van spint, bloedluis en meeldauw. Is gevoelig voor meeldauwbespuitingen. Voor hoog­stam ge­schikt, en dan al snel vruchtbaar.

Het is een echt Nederlands ras, wat sporadisch nog aangetroffen kan worden in een goed gesorteerde Groentewinkel. Ze werd oorspronkelijk alleen geteeld in het noorden van het land, later ook wat in de IJssel­streek en in de Betuwe.