JONATHAN

Herkomst: Verenigde Staten, Woodstock, Ulster Coun­ty, New York. Gewonnen in 1826 door Ph. Rick, waar­schijnlijk een zaailing van Esopus Spitzenberg. Ge­noemd naar Jonathan Hasbrouck, ook Ulster Seed­ling genoemd. Geschikt voor warmere stand­plaat­sen, niet voor koude gebieden. Voor voedzame droge grond­soorten met voldoende vochttoevoer.

Het is de vraag of Jonathan echt een oud ras genoemd kan worden. Ze is wel een verdwenen ras, dat wil zeggen de gewone Jonathan. De boomgroei is zwak tot matig zwak. Hij vormt een brede ronde, dichte kroon met veel slap hangend hout, veel vruchthout. Ook geschikt voor haagvorm. Als onderstam geldt voor goede gronden M9 en M26, anders MM106. De bloemen bloeien midden­tijds, goed stuifmeel, weinig gevoelig voor vorst en weers­in­vloeden. Bevruchting geschiedt door Cox's, Golden, James Grieve, Laxton's en Lombarts Calville. De oogst­tijd is van eind septem­ber tot half oktober. Het fruit is goed te bewaren tot half februari. De vrucht is klein tot middelgroot, de vruc­htkleur is bleekgeel met een voor de helft tot drie­kwart bedek­kende hel­derrode blos. De schil is wat vettig. Het vruchtvlees is wit van kleur met een tikje groen, mid­delvast, erg sappig met een zoete lichtzure smaak en een aange­naam licht aroma. Hij is goed te gebruiken als handappel, ook om te drogen en voor appelschijfjes, matig geschikt voor moes en sap. Hij is zeer vatbaar voor meeldauw en bloedluis. De vruchten zijn erg vatbaar voor spot en Jonathanbederf en ook gevoelig voor vorst. De Jonat­han wordt ook als bestuiver gebruikt.